Namen & Plaatsen

Stolpersteine

Stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, ver­moord of tot zelfmoord gedreven zijn.

Stolpersteine aanvragen
Geplaatste stolpersteine

Scholen

We hebben speciaal voor scholen een onderwijspakket samengesteld om de Joodse geschiedenis in Rotterdam, voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog onder de aandacht te brengen. En dan die van kinderen in het bijzonder.

Contact

Kent u iemand, die onze website zou kunnen aanvullen met informatie, documenten, foto's, of op een andere wijze een bijdrage zou kunnen leveren aan deze website? Wilt u zich inzetten voor Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument, uw betrokkenheid en interesse meer concreet tonen? Neem dan aub contact met ons op.

Neem contact op

Do you know someone who may have information, documentation, photographs or can contribute to this website in any other way? Please don't hesitate to contact us.

Contact us

Nieuws

Stolpersteine geplaatst in laan grootouders Job Cohen

Aan de Rozenburglaan in de Rotterdamse wijk Kralingen zijn op 13 november 2017 Stolpersteine geplaatst ter nagedachtenis van Hendrik Cohen en Flora Polak, de grootouders van voormalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen.

Naar het artikel in het AD en het verslag van RTV Rijnmond

Tijdens de plechtigheid werden de volgende toespraken gehouden:

Toespraak Floris Cohen

Toespraak Tootje Polak          

Toespraak Remmert Cohen   

Z-Files #20: Loeki Metz en het Joods Monument in Rotterdam

De 20ste editie van de reeks Z-Files, Kunst en de Stad wordt georganiseerd door CBK Rotterdam in samenwerking met Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument. Hier wordt het eerste exemplaar van de publicatie Loeki Metz en het Joods Monument in Rotterdam van Siebe Thissen door burgemeester Aboutaleb overhandigd aan Serge Metz, de zoon van Loeki Metz. Tevens wordt de bijna 400-jarige geschiedenis van de joodse gemeenschap in Rotterdam toegelicht in gesprekken en zang van Ken Gould. Voorafgaand aan de presentatie kan het monument van Loeki Metz worden bekeken.

Locatie: Stadhuis Rotterdam (gasten wordt gevraagd een ID-bewijs mee te nemen)
Datum: 13 november 2017, 15.15 uur (bezoek monument), 15.45 (aanvang programma).

De 20ste editie van de reeks Z-Files, Kunst en de Stad wordt georganiseerd door CBK Rotterdam in samenwerking met Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument. Hier wordt het eerste exemplaar van de publicatie Loeki Metz en het Joods Monument in Rotterdam van Siebe Thissen door burgemeester Aboutaleb overhandigd aan Serge Metz, de zoon van Loeki Metz. Tevens wordt de bijna 400-jarige geschiedenis van de joodse gemeenschap in Rotterdam toegelicht in gesprekken en zang van Ken Gould. Voorafgaand aan de presentatie kan het monument van Loeki Metz worden bekeken.

Locatie: Stadhuis Rotterdam (gasten wordt gevraagd een ID-bewijs mee te nemen)
Datum: 13 november 2017, 15.15 uur (bezoek monument), 15.45 (aanvang programma).

U wordt verzocht zich aan te melden via de website van CBK Rotterdam – de link bevindt zich hier:

https://www.cbkrotterdam.nl/agenda/z-files-kunst-en-de-stad-20-loeki-metz-en-het-joods-monument-in-rotterdam/

Indien u zich niet heeft aangemeld, is het melden met een ID-bewijs aan de stadhuisbalie verplicht.

Let op!

Helaas is het niet toegestaan boeken op het stadhuis te verkopen. Na afloop van de presentatie van Loeki Metz en het Joods Monument in Rotterdam wordt een voucher uitgereikt, waarmee u het essay voor slechts € 10,- kunt kopen bij de nabijgelegen Boekhandel Snoek (Meent 126, 010-4139666). Deze aanbieding geldt alleen op maandag (13 november) en dinsdag (14 november). Daarna is de verkoopprijs € 12,50.

Naar het bericht op de CBK Rotterdam site.

Jaarlijkse herdenking op 30 juli 2017

De jaarlijkse herdenking van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument vond plaats op 30 juli 2017. Wij brengen in dit bericht 3 toespraken die tijdens de herdenking gehouden werden:

1. Toespraak Vincent Roozen, loco-secretaris Gemeente Rotterdam

2. Toespraak Aviv Shir-On, Ambassadeur van Israël

3. Toespraak Paul van de Laar, directeur Museum Rotterdam

Toespraak herdenking Loods 24, 30 juli 2017, Vincent Roozen, loco-gemeentesecretaris Gemeente Rotterdam

Dames en heren,

Toen ik onlangs het verzoek kreeg om hier namens het gemeentebestuur het woord te voeren, was ik vereerd en tegelijkertijd geraakt. Ik dacht over deze herdenking na en realiseerde me dat ik zoals veel Rotterdammers in vrede en welvaart ben opgegroeid, terwijl dat dat niet vanzelfsprekend is. Want als mijn ouders niet katholiek waren geweest, maar joods, dan had ik hier misschien niet gestaan en waren mijn kinderen er niet geweest. Doordat vele stadgenoten joods waren, zijn hele generaties stopgezet. Dat is nauwelijks te bevatten. Zeker in een stad als Rotterdam. Een stad die gebouwd is op vrijheden, een stad die de hele wereld bevaart, een stad die haar kracht ontleent aan diversiteit. Die elementen hebben Rotterdam gemaakt en zo zal Rotterdam altijd blijven.

In de Tweede Wereldoorlog was die vanzelfsprekendheid ineens weg. Dat blijkt uit de geschiedenis van deze plek. Van hier vertrok in de nacht van 30 op 31 juli 1942 het eerste transport naar Westerbork. Vandaag, 30 juli 2017, denken we aan het onbeschrijfelijke leed dat de joodse gemeenschap is aangedaan.

Een van de vele Rotterdamse families die dergelijk leed overkwam is de familie Vieijra. Vader Max had samen met zijn broer een goedlopend bedrijf in zuidvruchten, koffie, thee en specerijen. Door dat goedlopende bedrijf dacht hij net als veel andere joden te kunnen vluchten voor de Duitsers. En net zoals wanhopige vluchtelingen nu, waren de joden bereid om veel geld te betalen. Ook vader Max Vieijra. Vijfduizend gulden betaalde hij voor een visum voor Amerika. Het aanzienlijke bedrag zou de redding moeten zijn voor dit joodse gezin uit de Rozenburglaan 17 in Rotterdam. Maar het liep anders dan Vieijra zich had voorgesteld. Hij bleek te zijn opgelicht en het gezin zou nooit naar Amerika gaan.

Desondanks overleefden vader Max en zijn dochtertje Betty de Tweede Wereldoorlog door op verschillende adressen onder te duiken. Vader in een huis in Zwijndrecht, peuter Betty in Den Haag op de Sportlaan bij een vrouw met twee ongetrouwde dochters.

Vaak hing in die tijd het leven van Betty en vader Max aan een zijden draad. Bijvoorbeeld de keer dat de Duitsers onverwacht verschenen en Max zich razendsnel wist te verschuilen in de kelder. Maar die stond grotendeels onder water. Urenlang stond hij tot zijn kin in het ijskoude water.

Voor Betty in Den Haag liep het al niet anders: op een dag kwamen de Duitsers huiszoeking doen. Betty werd met een inwonende student op zolder onder een luik verstopt. Ze hoorde het gestamp van de laarzen, maar gelukkig week het gevaar.

In het begin van haar onderduikperiode werd Betty nog wel eens meegenomen uit wandelen, maar op een zeker moment werd dit te onveilig en kwam Betty de straat niet meer op. Het enige wat ze nog van buiten kreeg, was een handje sneeuw van het balkon.

Onforuinlijker verging het de twee andere leden van het gezin Vieijra: moeder Dora en zoon Jacky. Zij doken onder op een boerderij in IJsselstein. Een kennis bezocht moeder en zoon daar eens in de maand om bonnen te brengen. De kennis zag dat ze het er naar hun zin hadden en Dora werkte er hard mee. Maar in november 1943 werden moeder en zoon verraden. Ze werden gearresteerd en belandden in eerste instantie in Westerbork. Moeder Dora gooide nog een kaart uit de trein en schreef een briefje uit Westerbork. Daarin vertelde ze hoe Jacky zich redde en ze liet weten dat de familie zich vooral geen zorgen om hen hoefde te maken. Ze besloot met een groet aan haar lieve dochter Betty. Daarna verschenen er geen tekenen van leven meer van Dora en haar zoon. In januari 1944 werden ze vermoord in Auschwitz.

Toen ik dit verhaal hoorde was ik uiteraard stil. Terwijl ik weet dat dit helaas slechts een van de vele verhalen is van gezinnen die in de oorlog uit elkaar zijn gerukt. Hier staan we stil bij de meer dan twaalfduizend mannen, vrouwen en kinderen die een mensenleven geleden zo gruwelijk zijn omgekomen.

Hier houden we de herinnering levend aan deze hartverscheurende episode uit de Rotterdamse geschiedenis. En dat is belangrijk omdat we er lering uit moeten trekken. Dat dit nooit meer mag gebeuren!

Dames en heren,

Zoals ik al aangaf, mag ik hier het gemeentebestuur vertegenwoordigen. En de burgemeester verzocht mij een ervaring van hem met u te delen. Daarmee onderstreept hij het belang om verhalen zoals die van de familie Vieijra door te geven en het gesprek over uitsluiting van groepen mensen en polarisering te blijven voeren. De burgemeester heeft de volgende boodschap:

"Ook dit jaar zijn we met drie bussen schoolkinderen naar Westerbork gegaan. Ook dit jaar weer Indrukwekkend. De gids vertelde vele verhalen. Stilte alom. Kinderen hadden ook veel vragen. Ook aan mij. Lastige vragen. Geen gemakkelijke antwoorden. Kinderen vertalen de gebeurtenissen van toen met de oorlog nu in het Midden-Oosten.

Hoewel de omstandigheden verschillen, is het begrijpelijk dat kinderen die vergelijking wel maken. Ze willen vat hebben op wat er gebeurt en de oorlog van nu spreekt nu eenmaal meer tot de verbeelding. De Tweede Wereldoorlog is iets wat ze alleen maar van boeken hebben of van vertellingen van anderen.

Doorgaan met vertellingen is daarom onontbeerlijk om te voorkomen dat verschrikkingen van de tweede wereldoorlog wegzakken.

De lessen van toen zijn ook nu nog steeds geldig. Haat en het tegen elkaar uitspelen van mensen is in de geschiedenis een doeltreffende manier gebleken om macht te krijgen en kwetsbare mensen die geen stem hebben als zondebok aan te merken, het leven onmogelijk te maken. Het was toen zo en het komt in onze tijd nog steeds voor.

Alertheid blijft daarom de boodschap", aldus onze burgemeester Ahmed Aboutaleb.

 

Dank voor uw aandacht.

 

Vincent Roozen

Loco-gemeentesecretaris Rotterdam

*********************************************************************************************

Speech Ambassador, commemoration Loods 24 – Rotterdam

Sunday, 30 July 2017

 

 

Ladies and gentlemen, dear guests,

We are gathered here to commemorate the tragic fate of the big and striving Jewish community of Rotterdam that like many other Jewish communities throughout Europe perished in the Holocaust, one of the darkest and most horrific periods in human history.

Many of us here who were born after the Second World War know about the holocaust and about the systematic murder of innocent people, only because they were Jewish, but very often we cannot really imagine how it was possible, how it really happened. Only those who experienced and suffered the discrimination, the isolation, the deportation and the death camps can tell the real story, and they, ladies and gentlemen, are fewer and fewer.

For the most of us it is part of history. The history of our country, of our community, or even of our family, but it is history.

In this place, however we can touch and feel history. In this very place, we can touch the stones and walk over the plaster, which witnessed these tragic events that none thought are possible and no one could believe when the first rumors or stories about the concentration and death camps, about the mass murders started to spread.

For the Jews of Rotterdam, this place, Loods 24, was unfortunately the proof that those are not rumors but a brutal reality that meant the end of all of what they knew and loved, the end of what they cherished and believed in and the end of their lives. The Nazis brought the Jews to this place in order to send them to their death, old and young, men, women and children. The children monument here stands not only for the Rotterdam Jewish Children that were sent to their deaths but also for the

1.5 million Jewish children that were murdered in the Holocaust. Children, who could have lived among us today, fulfilling dreams, building families and contributing to our culture and economy here in the Netherlands, in Israel and everywhere else. Instead, we stand here and mourn the loss. But we are also here because we have learned the lesson, not to forget and not to allow such terrible things to reoccur. We are all here today because we know we have to remember the past in order to build a better future. But apparently there is still a lot of work to be done, since last week we heard in a demonstration here in Rotterdam anti-Semitic slogans that were shoutet and a former member of a city council in the Netherlands was criticizing 'the Jews'. From this significant place, I am calling upon the authorities in the Netherlands, the government, the local communities, the legal system, the educational system and the media, to do whatever is in their power in order to fight anti-Semitism.

The State of Israel stands for many important values, one of them is never again, and I would like therefore to thank you all on behalf of the government and the people of Israel for being here today and to the Stiching Loods 24 Rotterdam for organizing this commemoration event and for promoting and supporting the principle of Never Again.

 

*********************************************************************************************

Herdenkingsbijeenkomst Loods 24, 30 juli 2017

Paul van de Laar

Directeur Museum Rotterdam

 

In mei bezocht ik met mijn vrouw Krakau en hadden we een hotel in wat vroeger de Joodse wijk was. De laatste jaren is er veel belangstelling voor deze buurt, die tot begin jaren negentig zwaar verwaarloosd was. De herontwikkeling is gestimuleerd door de successen van Steven Spielbergs film Schindlers List. Niet ver van de oude joodse wijk stond de fabriek, aan de rand van het getto waar de Duitse vernietingsmachine op onbeschrijfelijke manier heeft huisgehouden. De voormalige fabriek van emaillewaren is nu een museum dat vrijwel geheel gewijd is aan Krakau tijdens de bezetting en uiteraard veel aandacht heeft voor de jodenvervolging. Het was er zeer druk, veel toeristen met joodse wortels. Zo’n expositie maakt indruk door de herinneringen aan die vreselijke tijd. Ontroerende uitspraken zoals van regisseur Roman Polanski die als achtjarige meemaakte dat alle joden letterlijk ommuurd werden en van schrik in hevige huilbuien uitbarstte. Veel minder bezoekers gaan naar de expositie in de Synagoga Tempel, ofwel de Tempel Synagoog.

Deze bescheiden tentoonstelling toonde het relaas van joodse intellectuelen, artsen, schrijvers, wetenschappers die zich sinds de bouw van de synagoge in 1860-1862 hebben ingezet voor het liberale joodse religie. Mannen en vrouwen zouden niet meer gescheiden hoeven te bidden. Het is een van de voorbeelden hoezeer deze Joodse Gemeente wilde assimileren in een moderne westerse samenleving, zonder het eigene van de cultuur en het geloof vaarwel te zeggen. Het is wrang dat vrijwel niemand die tot de best geassimileerde joden uit Krakau behoorde de Shoah heeft overleefd. Wie niet op tijd vluchtte naar Amerika – want Europa kende geen veilige landen meer - werd vermoord in het even verder gelegen Auschwitz-Birkenau. De weinige Poolse joden die de grootste misdaad tegen de menselijkheid in de twintigste eeuw overleefd hebben, hadden toen meer houvast aan het orthodoxe dan liberale geloof. Ze vonden het liberale experiment mislukt. Wat had het voor zien je aan te passen aan een dominante cultuur, wanneer deze geen garantie bood voor bescherming? Ook niet door niet-Joodse Polen. Het is een van de grote dilemma’s van minderheden ten opzichte van meerderheden.

Deze conclusie is bij mij blijven hangen en laat me niet los. Want als we de Poolse situatie vergelijken met de Nederlandse, welke vergelijkingen zijn dan te trekken? De Rotterdamse joodse gemeenschap wilde ook voor de Tweede Wereldoorlog zo min mogelijk opvallen en stond eind negentiende eeuw inmiddels betrekkelijk ver af van de Oost-Europese joden die Rotterdam tijdelijk aandeden om de oversteek naar de Nieuwe Wereld te maken. De geïntegreerde joden hadden afstand gedaan van het Jiddisch dat als een belemmering werd gezien om volwaardig Rotterdams burger te worden. Ze wilden niet geassocieerd worden met hun orthodoxe geloofsgenoten, mogelijk uit angst dat tolerantie makkelijk kan omslaan in antisemitisme.

De Joodse gemeenten beklaagden zich begin jaren dertig dat zo weinig van de 13.000 joden in Rotterdam zich hadden aangesloten bij de synagoge. De Rotterdamse joden waren zo goed geïntegreerd dat ze zich niet geroepen voelden om de joodse gedachte te verspreiden. Sommigen verzetten zich zelfs tegen het initiatief om in Rotterdam een bijzondere school voor joods onderwijs te starten. Het is schrijnend te lezen dat zij die het best geïntegreerd waren in Duitsland en in Nederland een veilige haven zochten ten prooi vielen aan de nazi’s die eerst de stad en toen het joodse leven definitief vernietigden.

Rotterdammers hebben na de oorlog te weinig gedaan om het lijden van de joodse Rotterdammers een volwaardige herinneringsplek te geven. Marcel Möring heeft zich in zijn 14 mei essay uit 2013, Het Lichaam en de ziel er terecht over opgewonden. Hij toonde zich verbaasd over het feit dat we de slachtoffers van het bombardement van 14 mei veel meer aandacht geven dan de vernietiging van de joodse Rotterdammers. Hij noemt het zelfs een voetnoot in de geschiedenis. En voetnoten geven aanleiding tot overpeinzingen. Herdenking van het bombardement leeft in Rotterdam veel meer dan de vernietiging van joods Rotterdam; niet alleen de 6.000 slachtoffers, maar ook het cultureel erfgoed van een gemeenschap waardoor de stad niet alleen zijn bewoners maar ook zijn ziel kwijtraakte. De wederopbouwers hebben daar te weinig rekening mee gehouden. 

Mijn collega Siebe Thissen heeft de geschiedenis van het Joods Monument van Loeki Metz beschreven. Hij stelt in zijn essay vast dat Rotterdam lang, te lang heeft gewacht. Pas halverwege de jaren zestig kwam een Joods monument in beeld. Zonder hier op de geschiedenis van het monument in te kunnen gaan, kunnen we vaststellen dat Rotterdammers  in de naoorlogse periode te weinig deden om zich voor een joods ereteken of monument in te zetten. Eigenlijk moest heel Nederland eerst wakker geschud worden. Pas toen Lou de Jong in de 21-delige serie De Bezetting aandacht besteedde aan de Jodenvervolging kwam er meer aandacht voor het joodse oorlogsverhaal, hoewel de overlevenden zelf niet aan het woord kwamen. Jacques Presser oordeelt in zijn boek De Ondergang dat de Nederlandse overheid en de Nederlanders gefaald hadden om voor hun medemens op te komen, bracht een schokeffect teweeg.

Rotterdam had een monument nodig. Na Zadkine, de beeldengroep op het Stadhuisplein was het wachten op een Joods Monument. Misschien had de late reactie te maken met schuldbewustzijn. Want een monument is ook een referentiepunt dat ernaar verwijst dat Rotterdammers er niet in geslaagd zijn om hun medeburgers te helpen. Een andere conclusie laten het dodenaantal niet toe. Rotterdammers eren graag hun verzetshelden, maar het verzet nam pas toe toen de levensomstandigheden en terreurdreiging van de Nederlandse burgers in snel tempo toenam. De forse uitbreiding van het verzet in met name 1944 kwam voor de joodse Rotterdammers te laat. Dat wordt onvoldoende erkend.

Dat er na 1945 te weinig aandacht was wordt verdedigd door erop te wijzen dat de wederopbouw alle energie opeiste, maar dat is zelfs met terugwerkende kracht onaanvaardbaar. Feitelijk is het een bewijs dat de meerderheid die zich voor de oorlog niet interesseerde voor joods Rotterdam dat na 1945 ook niet deed en de onverschilligheid zich na de oorlog gewoon voortzette. Dat men zelfs weinig mededogen had, blijkt wel uit de ronduit schandalige wijze waarop gebakkeleid werd over compensatieregelingen en vergoedingen voor materiële schade. Dat we anno 2017 nog altijd een onderzoek moeten doen naar de hoe de gemeente Rotterdam de joden behandelde, is een teken aan de wand. Rabbijn Albert Ringer van de Liberaal Joodse Gemeente in Rotterdam zei in het AD van 29 maart jl. “Volgens hem kregen teruggekeerde Joden niet bepaald een warm welkom. ‘Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende niet automatisch het einde van het antisemitisme’”.

Het zijn deze constateringen die het herdenkingen in Rotterdam toch in een ander daglicht plaatsen. Herdenken is belangrijk, vooral voor de nabestaanden, maar wat doen we om de lessen uit het verleden te trekken? Helaas moet ik als historicus vaststellen dat we dat niet doen. Het is daarom belangrijk dat we het joods leven in de stad van nu verbinden met onze gemeenschappelijke voorgeschiedenis. Er zijn wel publicaties, maar de aandacht is nog te veel versnipperd, en geconcentreerd rondom de Zandstraatbuurt die voor 1900 gezien werd als de Rotterdamse jodenbuurt. Maar die werd in 1911 geamoveerd om het maar eens bureaucratisch uit te drukken. En voor zover joods Rotterdam zichtbaar was, werd het erfgoed door het meibombardement vernietigd. De weinigen die terugkeerden, ervoeren een stad, niet alleen zonder hart, maar een zielloze stad, die geen aandacht had voor joods Rotterdam. Het wordt de hoogste tijd dat we dat gaan rechtzetten en het huidige joodse Rotterdam verbinden met een geschiedenis die bijna 400 jaar oud is en een volwaardige plaats verdient in de Rotterdamse stadsgeschiedenis. Het zou de stad sieren wanneer ze deze opdracht zou geven. Het is relevant, zeker in een zo diverse stad als Rotterdam die in toenemende mate een stad van minderheden is geworden.

 

Stolpersteine op 4 mei 2017 geplaatst

Stichting Loods24 en Joods Kindermonument te Rotterdam hebben op 4 mei, samen met aanvragers, Stolpersteine op diverse adressen in Rotterdam geplaatst.

Enkele foto's van de Stolpersteine plaatsing op 4 mei 2017:

 

Miniconferentie "Onderwijs over de Holocaust" gehouden op 22 maart 2017

Staatssecretaris Sander Dekker heeft, op uitnodiging van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument, de miniconferentie op het Stadsarchief Rotterdam geopend voor docenten en leerkrachten uit het onderwijs.

Naar het Nos Nieuws artikel

Naar het nederlandsdagblad artikel

Toespraak staatssecretaris onderwijs Sander Dekker:

Dames en heren,

Wat goed dat u er allemaal bent, bij deze miniconferentie over het Holocaustonderwijs.
Ik zie hier de dragers van het Rotterdamse voortgezet onderwijs voor me; leraren, schoolleiders en bestuurders.

U neemt uw opdracht in het onderwijs serieus.
Dat blijkt wel uit het feit dat u hier naartoe gekomen bent.
Daarmee laat u zien dat u zinvol onderwijs wilt aanbieden en resultaten boeken.   

Ik wil u bij deze aftrap van uw conferentie extra aanmoedigen om ook op het lastige terrein van onderwijs over de holocaust, alles uit de kast te halen.
Zodat ook de lessen daarover maximale impact hebben op uw leerlingen.

De Jodenvervolging heeft een diepe wond geslagen in onze samenleving.
Uw stad telde vóór de Tweede Wereldoorlog een levendige gemeenschap van zo’n dertienduizend Joden.
Zoals in de Tweede Wereldoorlog het hart van Rotterdam is verpulverd, zo is ook die gemeenschap weggevaagd.
Hier en overal elders in het land.
Dat zal altijd een pijnlijke plek blijven, waar de huid dun is en nieuwe kwetsuren op de loer liggen.
De Holocaust is dus niet voor niks een vast onderdeel van het curriculum.
Onderwijs is dé manier om generatie op generatie respectvol te leren omgaan met kwetsbaarheden in de samenleving.

Kijk, ik kreeg vroeger thuis, en waarschijnlijk is dat voor u hetzelfde, met de paplepel ingegoten dat de Jodenvervolging een afschuwelijk hoofdstuk is uit onze geschiedenis.
Op 4 mei gingen we met het hele gezin naar een speciale dienst in de gereformeerde kerk in Zoetermeer.
Van daaruit liepen we in optocht naar het oorlogsmonument. De kerkdienst, de optocht, de twee minuten stilte;
het maakte indruk.
Je voelde als kind: dit is een serieuze zaak.
Maar voor veel jongeren van vandaag, de jongeren op uw scholen en in uw klassen, ligt het anders.
Voor hen lijkt de Tweede Wereldoorlog lang geleden.
Onze vrijheid is voor hen gewoon.

Dat is goed te begrijpen.
Er zijn immers steeds minder mensen die hen uit de eerste hand kunnen vertellen over hoe anders het was in de oorlogsjaren. 
U hebt daarnaast in meer of mindere mate te maken met leerlingen die de geschiedenis van de Holocaust verbinden met de veel recentere gebeurtenissen in het Midden-Oosten en de rol van Israël daarbij.
Dat geldt in de grote steden nog meer dan elders.
U komt in de klas ook jongeren tegen die thuis geen inzicht in het verleden meekrijgen, maar hedendaagse vooroordelen tegen Joden.
Een les kan leiden tot heftige reacties.
De vraag is wat je dan doet.
Ga je het uit de weg of durf je het gesprek aan te gaan?
Ik ben ontzettend blij met deze conferentie, omdat de boodschap hier is: breek het open en ga de discussie aan!
Wie Nederland wil begrijpen, moet ook dat deel van onze geschiedenis kennen en doorgronden.
Projecten zoals die straks aan de orde komen in de workshops, kunnen helpen om voor jongeren de betekenis van de holocaust te duiden.
Het Holocaustonderwijs hoort bij het vak geschiedenis.
Het is extra belangrijk in deze tijd van nepnieuws en ongerijmde kreten vanaf de buitengrenzen van de EU.
Juist op zo’n moment doet het ertoe dat jongeren feiten van fictie kunnen onderscheiden.
Zodat zij weten wat het nazisme en fascisme behelsden en niet trappen in gemakzuchtige en stupide vergelijkingen.
Dat sluit goed aan bij een gesprek over tolerantie, over de betekenis van vrijheid, over opkomen voor je rechten en die van anderen.
Nederland heeft in de oorlogsjaren minder verzet geboden tegen de Jodenvervolging dan andere landen. 
Dat maakt het onderwerp er niet eenvoudiger op, maar tegelijkertijd biedt het wel stof voor een eerlijk gesprek over de vraag wat wij zelf zouden hebben gedaan, als we toen hadden geleefd.

De vraag is: hoe pak je het aan?
Hoe kom je binnen bij ongeïnteresseerde jongeren, bij leerlingen met vooroordelen, bij jongens en meisjes voor wie antisemitisme geen taboe is?

Vandaag gaat u daarmee aan de slag.
U wisselt ervaringen uit en u krijgt goede voorbeelden voorgeschoteld.
Zoals van geschiedenisleraar Stefan Kras van het Avicenna College.
Hij heeft een bijzondere aanpak bedacht, die ik graag wil aanstippen, als voorproefje van wat u vandaag kunt verwachten.
In zijn lessen over de Holocaust stelt Kras zijn leerlingen voor aan David Raap.
Een gewone Rotterdamse jongen.
Dezelfde leeftijd als zijzelf.
Een jongen met wie ze in de klas hadden kunnen zitten.
Maar ook een jongen zonder toekomst.
Want David Raap werd in 1942 opgepakt en weggevoerd. In Sobibor werd hij zonder pardon de gaskamers ingestuurd. Hij heeft nooit een kans gehad, zelfs niet een kleine, om de holocaust te overleven.   

Via dat tragische verhaal brengt Kras de Jodenvernietiging dichterbij en ontsluit hij de interesse om meer te weten te komen over hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Onderwijs over de Holocaust vergt zo’n ingang.
Het vergt lef en creativiteit.
En het vergt vooral veel geduld om stap voor stap leerlingen bij te brengen wat er 75 jaar geleden is gebeurd met David Raap en al die anderen.
En waarom wij in Nederland die geschiedenis en de lessen die we ervan hebben geleerd nooit meer willen vergeten. 
Dames en heren,
Het is dus – ik zeg het nog eens – heel goed dat u hier bent om ideeën en inspiratie op te doen.
Ik wil de organisatie hartelijk danken voor dit moedige initiatief.
Met elkaar helpt u een nieuwe generatie jongeren op weg, door hen mee terug te nemen naar het verleden.
Juist daardoor stelt u hen in staat bij te dragen aan de toekomst van ons allemaal.
Een toekomst waarin vrijheid en verdraagzaamheid altijd voorop zullen staan.

Sander Dekker, Staatssecretaris(demissionair) Onderwijs

Bijdrage drs. S.N. Kras, docent geschiedenis | Decaan Havo-VWO | Islamitisch Voortgezet Onderwijs Avicenna college:

Hoe zorg je voor betrokkenheid van leerlingen bij het lesgeven over de Holocaust? Het Holocaustinstituut Yad Vashem in Jeruzalem geeft hiervoor heldere richtlijnen die goed toe te passen zijn in de les. Ten eerste, zorg dat een individu centraal staat. Er woonden 13.000 Joden in het vooroorlogse Rotterdam; van veel vermoorde Joden is informatie terug te vinden op de website www.joodsmonument.nl; Ten tweede, focus niet primair op het slachtofferschap van Joden. De deportatie en de kampen zijn natuurlijk afschuwelijk, maar het leven vóór de deportatie en (eventueel) na het overleven van de kampen verdient eigenlijk méér aandacht.  Ten derde, maak ook daders menselijk; bijna niemand is uitsluitend goed of slecht, maar mensen kunnen foute keuzes maken en daarin volharden - in hoeverre hebben  mensen bewegingsvrijheid? Yad Vashem gaf het voorbeeld van een treinmachinist die vrijwillig werkte op 'dodentreinen' - zijn enige motivatie was financieel; zijn baan stond niet op het spel. In de Rotterdamse context heb ik gekozen voor politiefunctionarissen - ook de Joodse Raad in Rotterdam kwam aan bod. Wat is goed en slecht?

Carry Ulreich 's Nachts droom ik van vrede' - nieuw oorlogsdagboek

De Nederlandse media heeft veel aandacht besteed aan de publicatie van het dagboek van Carry Ulreich, een vroom Joods Rotterdams meisje, dat bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog 14 jaar is.

De Nederlandse media heeft veel aandacht besteed aan de publicatie van het dagboek van Carry Ulreich, een vroom Joods Rotterdams meisje, dat bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog 14 jaar is. 

Op 17 december 1942 vangt zij aan met het schrijven in haar dagboek en eindigt op 30 mei 1945. Het dagboek geeft op een bijzondere manier de jaren van de familie Ulreich weer.  Allen overleven dankzij onderduik in Rotterdam bij de familie Zijlmans. Deze familie werd na de oorlog door Yad Vashem onderscheiden als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

In haar dagboek komen namen voor van Joodse families in Rotterdam van, vóór, tijdens - jeugdige leeftijdsgenoten worden genoemd - en overlevenden ná de oorlog.  Er wordt een goed beeld geschetst van wat sommige Joodse mensen al vroeg in de oorlog wisten over het onheil wat hen te wachten stond. Bijzonder is de passage van Carry Ulreich als zij tewerkgesteld is in Loods 24 aan de Stieltjesstraat ten tijden van de eerste deportatie. 

Carry Ulreich ging na de oorlog op Aliyah en woont vandaag de dag in Rishon Lezion. Zij trouwde en draagt nu de naam Carmela Mass.  Op haar 89e woont zij als weduwe in een bejaardentehuis. Zij kreeg een grote familie met vele klein -en achterkleinkinderen, waarvan zij het aantal niet noemt.

Vandaag, 15 november 2016,  is mevrouw Mass 90 jaar geworden. Uitgeverij Mozaïek en Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument hebben de officiële presentatie georganiseerd in samenwerking met Bibliotheek Rotterdam waaraan ook Burgemeester Aboutaleb zijn medewerking heeft verleend.

Het dagboek "'s Nachts droom ik van vrede" kost 21,90 euro, excl. verzendkosten. U kunt het boek hier via onze stichting bestellen.