Namen & Plaatsen

Stolpersteine

Stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, ver­moord of tot zelfmoord gedreven zijn.

Stolpersteine aanvragen
Geplaatste stolpersteine

Scholen

We hebben speciaal voor scholen een onderwijspakket samengesteld om de Joodse geschiedenis in Rotterdam, voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog onder de aandacht te brengen. En dan die van kinderen in het bijzonder.

Contact

Kent u iemand, die onze website zou kunnen aanvullen met informatie, documenten, foto's, of op een andere wijze een bijdrage zou kunnen leveren aan deze website? Wilt u zich inzetten voor Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument, uw betrokkenheid en interesse meer concreet tonen? Neem dan aub contact met ons op.

Neem contact op

Do you know someone who may have information, documentation, photographs or can contribute to this website in any other way? Please don't hesitate to contact us.

Contact us
Aanmelden Nieuwsbrief

Nieuws

Tentoonstelling Exodus, Illegale Palestina-gangers, 1945-1948

Vlak na de oorlog vertrokken honderden Nederlands-joodse jongeren naar Palestina. Zij hadden amper de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog overleefd, of ze besloten al weer met gevaar voor eigen leven Nederland te verlaten.
Vlak na de oorlog vertrokken honderden Nederlands-joodse jongeren naar Palestina. Zij hadden amper de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog overleefd, of ze besloten al weer met gevaar voor eigen leven Nederland te verlaten. Op krakkemikkige overvolle schepen ondernamen ze de illegale tocht naar het ‘beloofde land’, en kwamen daarna opnieuw achter prikkeldraad terecht. In het Nationaal Holocaust Museum in oprichting is vanaf 5 oktober 2018 de tentoonstelling Exodus. Illegale Palestina-gangers, 1945-1948 te zien met de aangrijpende verhalen van Nederlanders die in Palestina een nieuw bestaan wilden opbouwen. Lees meer

LESGEVEN OVER DE HOLOCAUST HOE DOE JE DAT

Lesgeven over één van de meest beladen periodes uit de geschiedenis, de Holocaust, hoe doe je dat?

Speciaal voor docenten Geschiedenis, Maatschappijleer en Burgerschap in het voortgezet onderwijs organiseert CIDI, in samenwerking met de International School for Holocaust Studies, jaarlijks een studiereis naar Yad Vashem te Jeruzalem - Israel. Dit jaar vindt de reis plaats van 28 december 2018 tot 6 januari 2019. De studiereis staat in het Lerarenregister, waardoor deelname meetelt voor de verplichte bijscholing.

Tijdens deze reis maakt u kennis met de verschillende facetten die het lesgeven over dit onderwerp met zich meebrengen. Daarnaast vinden diverse (facultatieve) excursies plaats, zoals een middag in de Oude Stad van Jeruzalem, een bezoek aan Massada en de Dode Zee en een avond in Tel Aviv. Door subsidie van Stichting Maror betalen deelnemers slechts een eigen bijdrage van € 500.

Gedetailleerdere informatie vindt u hier. Aanmelden kan tot 7 oktober door het invullen van het aanmeldingsformulier en het schrijven van een motivatiebrief.

Tevens willen we graag van de gelegenheid gebruik maken u te wijzen op de studiedag die wij op 7 oktober organiseren naar Kazerne Dossin te Mechelen. Deze kazerne werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gebruikt als doorgangskamp om Joden en zigeuners te transporteren naar Auschwitz. Sinds 2012 is Kazerne Dossin een herinneringsplek, museum en documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. Meer informatie over deze studiedag is hier te vinden.

Voor meer informatie over het seminar en de studiedag bel 070-364 68 62 of mail (cidi@cidi.nl).

toespraak door locoburgemeester Bert Wijbenga tijdens de herdenking op 30.7.2018 bij de Muur en het Joods Kindermonument

“Niemand kent zichzelf.” Dat zijn woorden van Toivi Blatt, die als vijftienjarige Poolse Jood moest werken in vernietigingskamp Sobibor. En door te werken zelf in leven kon blijven. Wie weet hoeveel Rotterdamse Joden hij daar heeft zien sterven. Mannen, vrouwen. Kinderen die hier met naam op het monument staan.
Toivi Blatt zei over het werken in Sobibor: “We konden daar allemaal goede mensen of slechte mensen zijn. Soms, als iemand heel aardig tegen me is, merk ik dat ik me afvraag: Hoe zou hij zijn in Sobibor?” Niemand kent zichzelf.

“Niemand kent zichzelf.” Dat zijn woorden van Toivi Blatt, die als vijftienjarige Poolse Jood moest werken in vernietigingskamp Sobibor. En door te werken zelf in leven kon blijven. Wie weet hoeveel Rotterdamse Joden hij daar heeft zien sterven. Mannen, vrouwen. Kinderen die hier met naam op het monument staan.
Toivi Blatt zei over het werken in Sobibor: “We konden daar allemaal goede mensen of slechte mensen zijn. Soms, als iemand heel aardig tegen me is, merk ik dat ik me afvraag: Hoe zou hij zijn in Sobibor?” Niemand kent zichzelf.

Velen van ons hebben het zich weleens afgevraagd, en ikzelf ook: wie zou ik zijn geweest in de oorlog? Zou ik een held zijn geweest? Of een lafaard? Ben je wel laf als je kiest voor je eigen veiligheid? Laf als je anderen niet durft te helpen omdat je anders je geliefde gezin in gevaar brengt?

De vraag of je Joden zou helpen onderduiken, met gevaar voor eigen leven. De vraag of je als ambtenaar braaf je werk zou blijven doen voor de bezetter, ook als je daarmee je Joodse stadsgenoten kwaad deed. De vraag of je in verzet zou komen.

Ken ik mezelf?

En de vraag of je je medemens kunt vertrouwen. Of je buurman jou zou verraden omdat je anders bent. Of omdat hij door jou te verraden zijn lege maag kan vullen. Zich kan verrijken met je huisraad.

Kennen wij elkaar?

Het antwoord op wie we zouden zijn geweest in de oorlog, weten de meesten van ons niet. Er leven steeds minder mensen die toen leefden. De meesten van ons zijn opgegroeid in vrede. We hebben het niet meegemaakt, het Rotterdam tussen 1940 en 1945. Wat iemand moet hebben meegemaakt, iemand als het Rotterdamse meisje Doortje van der Horst.

14 mei 1940. De brommende Heinkels. De bommen. De brand. De binnenstad weggeblazen. Doortjes land geeft zich over aan de nazi’s.

Eind juli 1940. De eerste maatregel tegen Doortjes bevolkingsgroep: de nazi’s verbieden de koosjere slacht.

Eind oktober 1940. De nazi’s omschrijven tot welk zogenaamd “ras” Doortje behoort.

Eind november 1940. De nazi’s zeggen: alle ambtenaren uit Doortjes bevolkingsgroep moeten stoppen met werken.

Begin 1941. Langzaam verdwijnt Doortje uit het openbare leven. Ze mag geen films kijken in de bioscoop. Mag niet naar het zwembad. Mag niet naar het park. Mag niet meer verschijnen in sommige straten.

Je mag niet meer. Je bent niet gewenst. Voor jou verboden.

September 1941. Alle kinderen als jij moeten naar aparte scholen. Je gaat op de foto in de derde klas. Met z’n allen poserend in de schoolbanken. Je kijkt vol vertrouwen in de camera. Een glimlach, je armen netjes over elkaar. Je staat er heel mooi op, Doortje.

De laatste week van juli 1942. Er komt een “oproeping” om hier te verschijnen, hier achter de muur, bij loods 24. Om te werken in Duitsland, zeggen ze.

Hier achter deze muur verdwijn je uit Rotterdam, Doortje. Verdwijn je op de trein naar Westerbork. En vermoorden ze je, op 9 augustus, in Auschwitz.

Tien jaar was je. Hier op het monument staat jouw naam.

En met Doortje driekwart van alle Joodse Rotterdammers weg. Vermoord in vooral Auschwitz en Sobibor, of onderweg omgekomen. Gewone Rotterdammers. Mensen zoals wij.

De Rotterdammers die zo aan hun einde zijn gekomen, kunnen ons niet waarschuwen. Kunnen ons niet vertellen wat ze hadden willen vertellen. Kunnen het niet meer uitschreeuwen. Ze hebben geen stem meer.

Wij hebben nog wel een stem. Het is aan ons om hun herinnering te helpen, om deze vermoorde Rotterdammers te eren. Om hun namen te noemen. En ze daarmee een beetje in leven te houden. Om hun stem te verheffen met de onze.

Dat zijn we niet alleen verplicht aan hen, al die Rotterdammers van toen. Dat zijn we ook verplicht aan ons, de Rotterdammers van nu.

Want ook nu zien we onverdraagzaamheid. Ook nu zien we dat mensen generaliseren. Ook nu zien we discriminatie. In vrijheid, vrede en voorspoed blijft het binnen de perken. Maar in slechte tijden roert zich diep in sommige mensen een wreed en lelijk gedrocht. En dat gedrocht – sadisme, verdorvenheid, haat – dat wacht op een doorbraak. Een doorbraak als in nazi-Duitsland, in de jaren dertig en veertig. Als in Cambodja, in de jaren zeventig. Als in Rwanda, in de jaren negentig. Als in Syrië, in de jaren nu.

Ons wapen tegen die stinkende, stilstaande put diep in de mens, is een dik deksel, met daarop een bouwwerk van vooruitstrevende beschaving. Waarmee we de mensheid vooruitbrengen.

Maar beschaving is nooit af. Je bent nooit klaar met schaven. Je moet eraan blijven werken. Eraan blijven werken dat mensen elkaar accepteren, elkaar leren kennen, elkaar verdragen. En dat begint bij de allerjongsten.

Daarom werken we op onze Rotterdamse scholen aan verdraagzaamheid. Daarom vertellen we het verhaal van de Jodenvervolging, van de Holocaust. Daarom achterhalen kinderen van nu het verhaal van kinderen van toen – kinderen als Doortje. Daarom gaan schoolkinderen met de burgemeester naar Westerbork, en leggen daar samen heel respectvol een wit steentje. Een klein steentje, maar hun steentje: zij plaatsen het. Hun steentje in het bouwwerk van de Rotterdamse samenleving. Een samenleving waar je nooit meer naar een andere school moet omdat je anders bent. Een samenleving waaruit nooit meer een hele klas kinderen verdwijnt. Een samenleving voor ons allemaal.

We zeggen hier vandaag bij deze Muur en dit Kindermonument, en we zeggen het voor heel Rotterdam:

Wie haat, voelt onze onverzettelijke
muur van verdraagzaamheid.

Wie verdraagt, voelt deze open
halve cirkel, als boodschap van omarming.

Toespraak Ambassadeur Shir-On Tijdens de Herdenking OP 30.7.2018 BIJ DE MUUR EN HET JOODS KINDERMONUMENT

Dignitaries, Ladies and Gentlemen,
Once again we are gathered here, at the memorial monument for the children of Rotterdam who were murdered only because they were Jewish. The tragedy of the Shoah is incomprehensible but the murder of young children is beyond anything a human being is able to imagine. We remember here today the 686 young souls that were sent from this place to their death but we bow our heads and we shed our tears remembering also the children victims in other Dutch Jewish communities and all over occupied Europe who were murdered by the Nazis and their collaborators.

Dignitaries, Ladies and Gentlemen,
Once again we are gathered here, at the memorial monument for the children of Rotterdam who were murdered only because they were Jewish. The tragedy of the Shoah is incomprehensible but the murder of young children is beyond anything a human being is able to imagine. We remember here today the 686 young souls that were sent from this place to their death but we bow our heads and we shed our tears remembering also the children victims in other Dutch Jewish communities and all over occupied Europe who were murdered by the Nazis and their collaborators.
One and a half million boys and girls, babies, school children, teenagers. One and a half million innocent souls who were murdered before they were able to experience and enjoy life. Never again we swore after the Holocaust, after the unbelievable dimension of this horrific genocide was revealed. This monument shouts “Never again” in a more powerful way than all of us together.
Today I am proud to stand here before you as a representative of the independent Jewish State of Israel that still has to fight in order to defend its citizens, is spearheading the struggle against antisemitism but not less important ensures and declares loud and clear: Never again!

Toespraak politiechef Frank Paauw tijdens de herdenking op 30.7.2018 bij de muur en het Joods Kindermonument

Als hoofdcommissaris van de politie eenheid Rotterdam is het voor mij een eer om hier vanavond te mogen spreken.

Juist in deze turbulente tijden is van het grootste belang dat de politie, hoewel a-politiek en altijd neutraal, toch zichtbaar is.
Daarom organiseert de politie eenheid Rotterdam ook een Iftar, varen we volgende week mee met de Amsterdamse Canal Parade, spreek ik bij de afschaffing van de slavernij bij Keti Koti, is er aandacht voor feesten als Chanukah en Kerst.
Ik waak voor een hele opsomming, maar wil maar zeggen: de politie wil met iedereen in verbinding zijn of komen.

Als hoofdcommissaris van de politie eenheid Rotterdam is het voor mij een eer om hier vanavond te mogen spreken.

Juist in deze turbulente tijden is van het grootste belang dat de politie, hoewel a-politiek en altijd neutraal, toch zichtbaar is.
Daarom organiseert de politie eenheid Rotterdam ook een Iftar, varen we volgende week mee met de Amsterdamse Canal Parade, spreek ik bij de afschaffing van de slavernij bij Keti Koti, is er aandacht voor feesten als Chanukah en Kerst.
Ik waak voor een hele opsomming, maar wil maar zeggen: de politie wil met iedereen in verbinding zijn of komen.

Daarom sta ik vandaag ook hier. Met in het achterhoofd de bijzonderheid dat er bij een herdenking zoals deze ook een smet kleeft op de politie uit de jaren ‘40 – ‘45 van de vorige eeuw, ook de Rotterdamse politie.

In voorbereiding op deze herdenking kwam ik op de website van Loods 24 en een dagblad het verhaal tegen van de in 1999 overleden Cobie Frank.
Een Rotterdamse meubel- en interieurontwerper, Jood en samen met zijn broer overlever van het eerste transport. Hij beschreef zijn herinnering aan deze plek treffend maar ook pijnlijk.

“Een afgelegen terrein achter een muur aan een binnenhaven. Er lagen spoorrails. Er stond een wachtende trein in de schemer van de 30e juli 1942, de datum van het eerste transport naar de dood.”

Het is een plek die een enorm aantal Joodse mannen en vrouwen naar hun ondergang bracht. En zeker 686 kinderen, van een maand oud tot twaalf jaar, die nooit ouder zouden worden, maar dankzij dit monument 76 jaar later nog in ons hart voortleven.


Cobie Frank wist te ontkomen aan het transport en dook onder met zijn vrouw. Hij leverde zijn risicovolle bijdrage aan het verzet en zag om zich heen familie, vrienden en bekenden weggevoerd worden naar onbekende bestemmingen en een wisse dood. Hij kon zijn verhaal na de bevrijding navertellen. Het ons vertellen. Het leed dat de Joodse gemeenschap hier is aangedaan is onvoorstelbaar. We staan hier omdat het toch gebeurde.

Zelf bezocht ik Bergen Belsen en Sachsenhausen. Daar rondlopend krijg je alleen maar een begin van een indruk van de horror die het daar was.
Die smet van de Jodenvervolging kleeft ook aan de politie van die tijd, zo zei ik al. Ik sta hier omdat de politie te weinig deed om het te voorkomen. De rol van de politie in de Tweede Wereldoorlog was een duistere. Kritiekloos en zonder moreel kompas maakte de politie wandaden van de bezetter mogelijk en voerde deze zelfs ook uit.

Kleine lichtpuntjes waren er van politiemensen die goed deden en soms het slechte wisten te voorkomen vanuit hun functie, maar de voorbeelden daarvan zijn spaarzaam

Maar onderaan de streep is het een les voor de eeuwigheid.

We willen een politie zijn die het verleden kent om samen een toekomst te hebben. Wij willen een politie zijn voor u. Ik vind het dan ook waardevol om hier te zijn, met u te spreken en naar u te luisteren.
Innerlijke waarden krijgen betekenis voor elkaar door ze hardop uit te spreken.

Herdenken is daarmee ook de kans om uit te spreken waar je wilt staan. Als de Nederlandse democratie of rechtsstaat in het geding komen, behoren politiemedewerkers te weten aan welke kant ze staan.
Politiemedewerkers die afkomstig zijn uit alle lagen en delen van de samenleving.
Ieder met een eigen achtergrond, opleiding, geloof en levensvisie, maar die als politiefunctionaris neutraal en met begrip kan handelen.

Ik was vorige week in Sarajevo. Amper twee uur vliegen hier vandaan zag ik de kogelgaten en granaatinslagen nog in de gebouwen zitten.
Wij hielden toch allemaal de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog voor onmogelijk in het Europa van de laatste periode van de 20ste eeuw. En toch staan die beelden uit die oorlog op de Balkan haarscherp op het netvlies, omdat wij weer de beelden zagen van sterk vermagerde mensen die met een holle blik achter prikkeldraad stonden, eind 20ste eeuw.

Ook in die periode werden mensen afgevoerd en vermoord vanwege hun geloof en/of etniciteit. De mens is er nog steeds toe in staat. Het deed me veel daar, met deze herdenking in het vooruitzicht.

De Tweede Wereldoorlog en meer recente oorlogen leren dat het laagje vernis van beschaving dun is. Ook hier wringt het in deze tijden van polarisatie, radicalisering, discriminatie en onverdraagzaamheid. Wanneer synagogen in Rotterdam bewaakt moeten worden, de burgemeester beveiligd is, moet het helder zijn dat juist herdenken van de gruwelijkheden uit het verleden noodzaak is en zal blijven. En ook voor een organisatie als de politie, de politie van de eenheid Rotterdam is het cruciaal om er te zijn voor alle mensen uit onze samenleving, voor allen een baken van veiligheid, vertrouwen en verbinding te willen zijn en ons bewust te zijn van de gevaren van herhaling.

Alleen dan zullen we blijven leren van het verleden en die lessen toepassen en doorgeven aan hen die na ons komen.

Gelukkig hebben in Rotterdam inmiddels ook vele culturen naast elkaar een weg en een plaats gevonden.

Daar is deze zelfde plek nu een voorbeeld van. Het door Cobie beschreven afgelegen terrein is het hier niet meer. De muren en spoorrails zijn weg.

Omgeven door woningen is deze plek nu een hele andere. Niet langer één van de dood, maar inmiddels een wijk waar nieuw leven ter wereld komt en mensen weer samen leven.

Dit allemaal met de alles omvattende gedachte, wie zijn verleden niet kent zal zijn toekomst niet begrijpen.

Rondwandeling langs stolpersteine in Zierikzee

Het Stadhuismuseum in Zierikzee organiseert sinds 15 mei 2018 rondwandelingen met gids langs de 22 Stolpersteine die in februari 2017 in deze stad zijn geplaatst.

Het Stadhuismuseum in Zierikzee organiseert sinds 15 mei 2018 rondwandelingen met gids langs de 22 Stolpersteine die in februari 2017 in deze stad zijn geplaatst.

Het vaste tijdstip voor deze rondwandeling is in juni: dinsdagochtend van 11:30 tot 13:00 uur. De wandeling gaat door bij een deelname van minimaal 4 personen. Deelnemers dienen zich minimaal een uur van te voren op te geven. Bij minimaal 4 personen kan ook worden verzocht om een andere dag of tijdstip.

De komende wandelingen zullen op 8 augustus, 12 september en 10 oktober plaatsvinden. Het Stadhuismuseum kan hierover meer informatie verschaffen (info@stadhuismuseum.nl).

Deelname aan de rondwandeling kost € 7,50 per persoon. Per gezelschap wordt de brochure ‘Struikelstenen’ verstrekt. Hierin is een routebeschrijving opgenomen en ook foto’s van de vorig jaar geplaatste stenen. De brochure is tevens los verkrijgbaar voor € 5,00.
Tijdens de rondwandeling vertelt de gids meer over de Joodse mensen die op de betreffende adressen hebben gewoond, over hun leven, werk, gezin en hun plaats in de Zeeuwse samenleving.

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelding bij het Stadhuismuseum (tel. 0111-454464, op werkdagen van 9-5), van waaruit de wandeling ook start (Meelstraat 6-8, Zierikzee).